Wilsonbekwaamheid


Iemand is wilsonbekwaam als hij:

  • informatie niet kan begrijpen en afwegen;
  • niet begrijpt wat de gevolgen van zijn besluit zijn;
  • en/of geen besluit kan nemen.
  • Wilsonbekwaamheid kan kort duren of voor altijd zijn. Iemand kan bijvoorbeeld geen beslissing nemen omdat hij tijdelijk buiten bewustzijn is. Maar iemand kan ook voor de rest van zijn leven wilsonbekwaam zijn, bijvoorbeeld bij ernstige dementie.

    Wilsonbekwaamheid kan ook alleen voor sommige (ingewikkelde) zaken gelden, en voor andere dingen niet. Iemand kan bijvoorbeeld geen financiële beslissingen meer maken of niet meer beslissen of hij een bepaalde behandeling moet ondergaan maar nog wel duidelijk kan aangeven wat hij wel of niet wil eten.

    Wilsonbekwaamheid hangt af van de situatie en welke beslissing er moet worden genomen. Het gaat dus altijd om wilsonbekwaamheid bij een bepaalde beslissing (!). Wilsonbekwaamheid moet altijd per situatie worden bepaald. Het gaat er altijd om of de persoon díe ene beslissing verantwoord voor zichzelf kan nemen? Pas als dat niet zo is, moeten anderen (mee)besluiten.

    De notaris hanteert een protocol aan de hand waarvan hij bepaalt of er aanwijzingen zijn om aan de wilsbekwaamheid van zijn cliënt te twijfelen.

    Een uitgangspunt bij wils(on)bekwaamheid is, is dat een ieder wilsbekwaam wordt geacht totdat vastgesteld is dat het niet zo is. Dit gebeurt bij elke bespreking en het tekenen van elke akte.

    Indien er een notariële akte moet worden getekend en het is voor de notaris niet volledig duidelijk dat de betrokkene wel wilsbekwaam is ten aanzien van de inhoud van de akte, dan zal de notaris de akte pas tekenen als een (indicerende) arts heeft verklaard dat de betrokkene wilsbekwaam is ten aanzien van de inhoud van de akte.